In mijn stad zijn meerdere bakkers en meerdere ziekenhuizen. Ziekenhuizen en bakkers zijn, vooralsnog, twee zeer verschillende branches. Maar dat is aan het veranderen. Zoals ik gewend ben bij de bakker een brood te kopen, zal ik binnenkort bij het ziekenhuis mijn ‘zorg’ aanschaffen, precies die zorg die ik wil, en voor de prijs die ik er voor wens te betalen.
Eigenlijk is het nu al niet anders, want ik ben particulier verzekerd en dus is het conceptuele model er dat een van klant en product: ik ben de klant en de ziekenhuis levert mij producten. Mijn verzekeraar hanteert een soort ‘schuldig tot het tegendeel is bewezen’ principe: in mijn beleving moet ik alles altijd zelf betalen, en alleen met hard knokken en duizend maal de polis spellen krijg ik hier en daar een euro vergoed. (Ja ik moet een beetje overdrijven he, voor de suspense).
Ik koop en betaal dus mijn zorg alsof het warme broodjes zijn, maar ik vind ziekenhuizen, op het gebied van de communicatie met hun clientele, nog erg te kort schieten in hun nieuwe rol.
Onlangs moest ik worden opgenomen in het ziekenhuis, mijn amandelen zouden worden verwijderd. Tijdens de intake, die tien minuten duurde, werd er met geen woord gerept over de kosten. Pas toen ik mij op de dag van de operatie inschreef als patient zag ik, vanuit een ooghoek, een foldertje liggen met de waarschuwende tekst: “Komt u voor een van onderstaande verrichtingen? Kijk dan goed of uw verzekering alle kosten vergoed!” (Amandelen stonden in de lijst!) Ik vroeg de mevrouw bij de balie of zij hier meer van wist. Ze bekende me dat ze niet wist wat dat foldertje precies was, dat lag daar al een tijdje op een stapeltje. Ik heb de folder meegenomen, ben hem vervolgens tijdens mijn ziekenhuisnacht kwijtgeraakt en heb er verder niet meer over nagedacht.
Na ontslag hoorde ik niets meer van het ziekenhuis. Ook mijn zorgverzekeraar had nog geen rekening ontvangen, ook niet na 10 weken. Ik moest nog op na controle. De arts, die mij destijds had geopereerd, wist natuurlijk van geen rekening: hij ging daar niet over. De afsprakenbalie KNO, waar ik tot nu toe alle administratieve zaken mee had afgehandeld, ging ook niet over geld: daarvoor moest ik bellen naar de debiteurenadministratie. Toen ik mijn telefoon uit mijn zak pakte kreeg ik toegevoegd dat ik in het ziekenhuis, uiteraard, niet mobiel mocht bellen. De mijnheer van de debiteurenadministratie verzocht mijn evenwel twee weken later nog eens te bellen, want pas dan kon hij een rekening naar mijn huis sturen, omdat er nu nog geen debiteurennummer was (hij kon niet ‘in het systeem’). Standaard zou de rekening overigens naar mijn zorgverzekeraar gestuurd worden.
Toen ik buiten, in de regen, voor de ingang van het ziekenhuis met de debiteurenadministratie stond te bellen dacht ik: Dit is een hele gekke bakkerij. Ik koop een brood, ik krijg het mee zonder te hoeven betalen. Als ik twee maanden later kom vragen waar de rekening blijft blijkt dat de bakker niet weet hoeveel het kost, en het meisje in de winkel evenmin. Ik wordt verzocht om de winkel te verlaten, waarna ik met mijn mobiele telefoon de vrouw van de bakker thuis mag bellen, die de administratie doet. De bakkersvrouw zegt dat ze de rekening niet naar mij zal sturen maar naar mijn ouders, (die misschien wel - maar waarschijnlijk helemaal niet gaan betalen voor mijn brood) en als ik er ook een afschrift wil kan dat, maar dan moet ik over twee weken nog maar eens bellen.
Rare koekebakkers, die ziekenhuizen.
Een organisatie ter bevordering van Jelle van Dijk en zijn nabije omgeving. (Of which YOU can be PART!)
zondag, oktober 23, 2005
vrijdag, oktober 21, 2005
Een column voor mijn studenten
Lieve studenten, ik heb mijn best gedaan, maar het is niet gelukt. Sorry. Ja, ik zou een column schrijven, en voorlezen, over techniek. Maar ik kwam er gewoonweg niet aan toe. Ik heb een zwaarwegend excuus: De natuur stond mij in de weg. Of preciezer gezegd, niet de hele natuur, maar de 5 kilo en 900 gram kersverse natuur in ons huis. Die natuur zorgt ervoor dat ik niet over techniek kan schrijven, dat ik zelfs geen techniek meer kan gebruiken. De PC staat hier dus te verstoffen. De natuur is met mij en de techniek in oorlog.
Dat de natuur en de techniek een oorlog met elkaar voeren is overigens niet verwonderlijk. Als ik er de tijd voor had gehad, had ik er een prachtige column over kunnen schrijven: de tegenstelling tussen natuur en techniek, tussen mens en machine, tussen biologie en technologie, tussen hersenen en computers, tussen oerwoud en asfalt-jungle, er zijn voorbeelden te over.
Wilma, katrina, rita, de tsunami: de strijd is overal in volle gang. In science-fictionverhalen worden zorgvuldig opgebouwde ruimtestations op verre planeten steevast overwoekerd door slijmerige buitenaardse levensvormen of vleesetende planten, die stap voor stap het staal en het beton verweren en afbreken. En wat dacht je van jungle-book? Ga maar na: Waar woont en heerst de apenkoning? Juist, op de resten van een oude hoog-ontwikkelde beschaving. I rest my case.
Ook in mijn huis brokkelt de beschaving langzaam af. Het gaat hier alleen nog maar om poep en pies en er wordt enkel geschreeuwd in plaats van rustig overlegd. En natuurlijk moeten de techniek en ik (ik en de techiek) het daarbij ontgelden. Ik hoef maar een stap naar in de richting van mijn prachtige nieuwe laptop te zetten of hij zet het alweer op een brullen.
Hij: de Jonas, wonder der natuur. Met elke 100 gram die hij groeit is voert hij een magische strijd tegen alle technische middelen die mij normaliter ter beschikking staan. Vraag niet hoe hij het doet maar hij doet het. Gisteren sprongen er weer twee lampen kapot, zomaar, zonder enige reden. Echt, hij keek er alleen maar naar en - pats. Ik probeer een glas water te drinken om van de schrik te bekomen en er zit ineens een gaatje in de kraan. Een gaatje, echt waar, zodat er een dun straaltje water zo opzij vanuit de buis spoot. Ik wist niet eens dat dat kon, met kranen. Ik deed de klink van de deur van zijn kamertje zo voorzichtig mogelijk dicht (hij sliep net) toen de hele klink afbrak. De klink brak af, ik bedoel, niet dat hij uit de deur schoot, weet je wel, dat het pinnetje los zat of zo, nee, de hele klink brak af. Hij weer wakker, en ik kon de kamer niet meer in, afijn, een drama.
Had ik al verteld hoe de dag voor zijn geboorte verliep? Ik raakte op die dag mijn fietssleutel kwijt, mijn mobiel was leeg en kon niet meer opgewaardeerd worden, en toen ik thuis kwam bleek de wasmachine kapot en stond heel de keuken blank, de computer had ineens geen internet meer en toen ik, doodop, het licht in de gang uit deed om naar bed te gaan knapte de lamp, met de bol eromheen, in stukken, met een flits en een knal, en vielen de scherven op mijn kop, waarna ik op blote voeten in een stikdonkere gang stond en geen kant meer op kon.
De volgende dag braken de vliezen: ik bedoel maar, een duidelijker geval van een oorlogsverklaring kan ik niet verzinnen.
In de oorlog tussen natuur en techniek is alles geoorloofd en Jonas deinst er niet voor terug om het op de man te spelen. Zijn favoriete tactiek is om er voor te zorgen dat ik mijn armen en benen niet meer kan gebruiken, zodat ik vervolgens geen techniek kan inschakelen om terug te vechten. Ik loop hele nachten met Jonas in mijn armen door de kamer. Als je met een kind in je armen loopt kun je echt helemaal niets meer. De toegang tot de technische middelen om mij heen is volledig afgesneden. En heb je op zo’n moment vergeten je sokken aan te doen, dan sta je dus uren op het koude zeil in je blote poten. Man, je kunt niet eens meer naar de plee! Het is een smerige oorlog.
Vannacht stond ik om vijf uur ’s ochtends voor een spiegel, geradbraakt, wallen tot op mijn knieen, aan het einde van mijn krachten. De maan gaf mij net genoeg licht om te zien dat ik de strijd hopeloos aan het verliezen was. Jonas had mijn twee armen en mijn twee benen volledig onder controle. Je moet je proberen voor te stellen hoe ik daar stond, op en neer te hupsen, met mijn armen een ingewikkeld ritme wiegend, het enige ritme dat nog hielp, maar voor hoe lang nog? Ik moest door, maar ik kon niet meer: De natuur had zo goed als gewonnen.
Ik keek in de spiegel en dacht: Een man heeft vijf extremiteiten, vijf dingen die uit hem steken om een handeling mee te verrichten. Vier van de vijf waren uitgeschakeld. En de vijfde, ach ja, de vijfde. Daar had ik uberhaubt al weken niet meer aan gedacht. Die vijfde, dat is de vijfde colonne in disguise. Die was immers de schuld van alles. Ik kan niet zeggen dat ik er spijt van heb, maar wat de consequenties er van waren dat ik dat ding negen maanden geleden gebruikte heb ik absoluut niet kunnen overzien.
Even tussendoor, ik dacht voor die spiegel ook ineens iets heel anders:
Een vraag voor jullie techneuten: In een spiegel worden links en rechts gespiegeld, nietwaar? Je linkerarm zit waar je rechterarm zit, en omgekeerd. Maar waarom spiegelt een spiegel wel links en rechts, maar niet boven en onder? Hoe weet een spiegel nou dat links en rechts niet hetzelfde is als boven en onder??
De oorlog tussen natuur en techiek. Wat een onzin. Ik zou een column schrijven over techniek en ik kan alleen maar praten over babies. Lieve studenten, ik heb mijn best gedaan, maar het is niet gelukt.
Dat de natuur en de techniek een oorlog met elkaar voeren is overigens niet verwonderlijk. Als ik er de tijd voor had gehad, had ik er een prachtige column over kunnen schrijven: de tegenstelling tussen natuur en techniek, tussen mens en machine, tussen biologie en technologie, tussen hersenen en computers, tussen oerwoud en asfalt-jungle, er zijn voorbeelden te over.
Wilma, katrina, rita, de tsunami: de strijd is overal in volle gang. In science-fictionverhalen worden zorgvuldig opgebouwde ruimtestations op verre planeten steevast overwoekerd door slijmerige buitenaardse levensvormen of vleesetende planten, die stap voor stap het staal en het beton verweren en afbreken. En wat dacht je van jungle-book? Ga maar na: Waar woont en heerst de apenkoning? Juist, op de resten van een oude hoog-ontwikkelde beschaving. I rest my case.
Ook in mijn huis brokkelt de beschaving langzaam af. Het gaat hier alleen nog maar om poep en pies en er wordt enkel geschreeuwd in plaats van rustig overlegd. En natuurlijk moeten de techniek en ik (ik en de techiek) het daarbij ontgelden. Ik hoef maar een stap naar in de richting van mijn prachtige nieuwe laptop te zetten of hij zet het alweer op een brullen.
Hij: de Jonas, wonder der natuur. Met elke 100 gram die hij groeit is voert hij een magische strijd tegen alle technische middelen die mij normaliter ter beschikking staan. Vraag niet hoe hij het doet maar hij doet het. Gisteren sprongen er weer twee lampen kapot, zomaar, zonder enige reden. Echt, hij keek er alleen maar naar en - pats. Ik probeer een glas water te drinken om van de schrik te bekomen en er zit ineens een gaatje in de kraan. Een gaatje, echt waar, zodat er een dun straaltje water zo opzij vanuit de buis spoot. Ik wist niet eens dat dat kon, met kranen. Ik deed de klink van de deur van zijn kamertje zo voorzichtig mogelijk dicht (hij sliep net) toen de hele klink afbrak. De klink brak af, ik bedoel, niet dat hij uit de deur schoot, weet je wel, dat het pinnetje los zat of zo, nee, de hele klink brak af. Hij weer wakker, en ik kon de kamer niet meer in, afijn, een drama.
Had ik al verteld hoe de dag voor zijn geboorte verliep? Ik raakte op die dag mijn fietssleutel kwijt, mijn mobiel was leeg en kon niet meer opgewaardeerd worden, en toen ik thuis kwam bleek de wasmachine kapot en stond heel de keuken blank, de computer had ineens geen internet meer en toen ik, doodop, het licht in de gang uit deed om naar bed te gaan knapte de lamp, met de bol eromheen, in stukken, met een flits en een knal, en vielen de scherven op mijn kop, waarna ik op blote voeten in een stikdonkere gang stond en geen kant meer op kon.
De volgende dag braken de vliezen: ik bedoel maar, een duidelijker geval van een oorlogsverklaring kan ik niet verzinnen.
In de oorlog tussen natuur en techniek is alles geoorloofd en Jonas deinst er niet voor terug om het op de man te spelen. Zijn favoriete tactiek is om er voor te zorgen dat ik mijn armen en benen niet meer kan gebruiken, zodat ik vervolgens geen techniek kan inschakelen om terug te vechten. Ik loop hele nachten met Jonas in mijn armen door de kamer. Als je met een kind in je armen loopt kun je echt helemaal niets meer. De toegang tot de technische middelen om mij heen is volledig afgesneden. En heb je op zo’n moment vergeten je sokken aan te doen, dan sta je dus uren op het koude zeil in je blote poten. Man, je kunt niet eens meer naar de plee! Het is een smerige oorlog.
Vannacht stond ik om vijf uur ’s ochtends voor een spiegel, geradbraakt, wallen tot op mijn knieen, aan het einde van mijn krachten. De maan gaf mij net genoeg licht om te zien dat ik de strijd hopeloos aan het verliezen was. Jonas had mijn twee armen en mijn twee benen volledig onder controle. Je moet je proberen voor te stellen hoe ik daar stond, op en neer te hupsen, met mijn armen een ingewikkeld ritme wiegend, het enige ritme dat nog hielp, maar voor hoe lang nog? Ik moest door, maar ik kon niet meer: De natuur had zo goed als gewonnen.
Ik keek in de spiegel en dacht: Een man heeft vijf extremiteiten, vijf dingen die uit hem steken om een handeling mee te verrichten. Vier van de vijf waren uitgeschakeld. En de vijfde, ach ja, de vijfde. Daar had ik uberhaubt al weken niet meer aan gedacht. Die vijfde, dat is de vijfde colonne in disguise. Die was immers de schuld van alles. Ik kan niet zeggen dat ik er spijt van heb, maar wat de consequenties er van waren dat ik dat ding negen maanden geleden gebruikte heb ik absoluut niet kunnen overzien.
Even tussendoor, ik dacht voor die spiegel ook ineens iets heel anders:
Een vraag voor jullie techneuten: In een spiegel worden links en rechts gespiegeld, nietwaar? Je linkerarm zit waar je rechterarm zit, en omgekeerd. Maar waarom spiegelt een spiegel wel links en rechts, maar niet boven en onder? Hoe weet een spiegel nou dat links en rechts niet hetzelfde is als boven en onder??
De oorlog tussen natuur en techiek. Wat een onzin. Ik zou een column schrijven over techniek en ik kan alleen maar praten over babies. Lieve studenten, ik heb mijn best gedaan, maar het is niet gelukt.
zaterdag, oktober 08, 2005
do's and don'ts in baby-world
Do not leave small carnivores in the vehicles of transportation
Use advanced technologies in order to be able to use the telephone at all times
Store all gifts in a wooden crate, garded by a pet of your choice
When in Russia, choose appropriate clothing for the infant
Make sure not to run out of your supply of basic utilities for a first week's survival




Use advanced technologies in order to be able to use the telephone at all times
Store all gifts in a wooden crate, garded by a pet of your choice
When in Russia, choose appropriate clothing for the infant
Make sure not to run out of your supply of basic utilities for a first week's survival




Abonneren op:
Berichten (Atom)
